Ga dan maar, alleen gaan, ik wil je vreugd niet krenken.

Nu ik m'n mond voor 't laatst moet leggen in je handen,

zeggen: vaarwel, en 't allerbeste en de banden

van 't heden blijven hecht, ga, ik zal niet wenken...

 

Niet meer zwaaien zoals 't moet en geen geschenken

meegeven voor op reis, 't papier zal ik verbranden.

En nu helemaal alleen niet dromen van de landen

die jij gaat zien, k zal elk uur steeds aan je denken...

 

Het wordt toch telkens avond en de lange dagen

zijn vol van werk en vrienden en verdriet,

herinnering is een van onze mooiste plagen...

 

Ga maar en dit is alles, beter weet ik niet

dan 't hard bevel waartoe ons 't leven zelf gebiedt:

in mijn wanhopig hart jou als groot geluk te dragen.

(Anton van Duinkerken)

In Zambia
In Tibet
In Ethiopie
In Sudan